«

»

Overwinning in Breukelen!

Zaterdag 3 mei sta ik om 5.45u op. Het kan ook een uur later, maar dan moet ik me haasten en daar heb ik een hekel aan. Bovendien wil ik voor de race nog een half uurtje infietsen. De avond ervoor heb ik bij de TC Twente training nog wat baantjes gezwommen en ik merk daar dat ik zin heb om hard te zwemmen en bovendien bijzonder opgewekt ben. In het begin van de week wilde ik nog afzeggen. De dagen voor de race had ik veel moeten lopen in de voorbereiding op de IM van Lanzarote, maar vanwege een pijntje aan mijn knie durfde ik dat niet aan. Daarom twijfelde ik ook of racen wel verstandig was. Toch maar gestart op aanraden van Marco Vernooij, die zei dat je altijd tijdens de race nog uit kan stappen. Hij kan het weten. 😉 Hierdoor sta ik in ieder geval lekker fris aan de start. Fris is het buiten trouwens ook, met een graad of 14.

Triatlon Breukelen 3 mei 2014

Het zwemmen in de snelste baan is een zegen. Mensen weten daar over het algemeen goed wat ze kunnen zwemmen en als het even niet lukt, geven ze zwemmers achter hun graag de ruimte in de wetenschap dat je harder zwemt als je achter iemand aan peddelt, dan als je op kop loopt te harken. Afijn, ik zwem als vierde in een treintje van acht man. Het valt me op dat na een meter of 300 de nr drie (Musters) het tempo niet kan volgen. Ik vind het niet erg, want het ging mij eigenlijk toch te hard. Hij geeft mij de ruimte om in te halen. Maar dan lig ik plotseling op kop van het tweede groepje en dat wil ik niet, want ik ben lui. Het gat dichtzwemmen naar de mannen voor me zou idioot zijn, dus er zit maar één ding op: de mannen achter mij laten passeren. Een man of twee gaan voorbij en ik haak weer aan. Op een gegeven moment verlies ik de voeten voor me, om niet veel later weer naar een paar voeten toe te zwemmen, ik ben kwijt waar ik lig en hoeveel ik heb gezwommen, maar als ik het gevoel heb dat we een meter of 600 hebben gezwommen krijg ik het teken dat ik nog maar 50 meter hoef. Na +/- 12m49sec stap ik uit het bad, als ik het zwembad wil verlaten hoor ik hard achter mij “Jan-Roelf!” Ik schrik me het apelazares! Wat is er aan de hand? Ik draai me om en degene zegt: “Succes!” Oh, haha, ja bedankt! Ik vertrek naar mijn fiets.

Er zit een man of vier voor mij en ik weet dat het gat niet groot zal zijn. Ook weet ik dat over het algemeen in Breukelen de belangrijkste concurrent vaak na het zwemmen achter me zit: de Dirk. Verder boeit het me eigenlijk ook niet zoveel, ik had namelijk van tevoren al besloten dat ik me door niets en door niemand zou laten afleiden of gek zou laten maken. Ik wilde niet te gek doen op de fiets, om zo bij het lopen een fatsoenlijk tempo te kunnen lopen. Afijn, in het parc fermee kom ik de eerste tegenstander tegen die zich van extra kleding voorziet. Zonde van de tijd, daar begin ik niet aan. De tweede tegenstander zie ik bij uitkomst van het parc fermee de verkeerde kant op fietsen. Normaalgesproken typisch iets voor mij, maar vandaag niet. Ik ben trots op mezelf. Op de heenweg naar Maarsen nog voor het keerpunt haal ik de twee snelste zwemmers in: Lex Habraken en Rik Linssen. Als eerste draai ik om het pilonnetje bij Maarssen en daar kan ik precies zien hoe het er voor staat. Ik zie eerst Aron, dan nog een boel mensen, ik meen Niels te herkennen, en zie pas na een tijdje ook Dirk. Dirk kijkt niet vrolijk. Nou, ik ga maar gewoon lekker tempo rijden, ook als Dirk niet vrolijk kijkt kan hij nog wel hard fietsen. Voor de verandering heb ik weer eens een km-teller op mijn fiets gezet. Achja, dan heb je onderweg nog wat afleiding. Het tempo valt niet mee… tegenwind. 36km/u.. 37km/u.. nouja veel harder wil ik niet op de pedalen duwen, dus we moeten het er maar mee doen. Uiteraard kijk ik niet achterom: ik heb een aero-helm op en wil mijn aero positie natuurlijk niet verstoren. Oh, en bovendien ga je niet harder fietsen van achterom kijken. Na 20 km tegenwind komen we ergens bij de polder van abcoude aan. Een bochtig stukje waar ik vorig jaar als kluns doorheen reed. Dit jaar wil ik daar harder. Als ik ergens vol door de binnenbocht scheur, komt mij plotseling een skootmobiel tegemoet. Ik haaat die dingen, maar het gaat goed. Pas bij het uitkomen van de polder, de plek waar Dirk mij vorig jaar voorbij schoot, kijk ik eens om: ik zie niemand. Mooi, denk ik, dan gaat er waarschijnlijk ook iemand meer terugkomen bij het fietsen én… nu wind mee. Met een gangetje van tegen de 50 km/u en af en toe nog iets harder (omdat het kan) sjees ik terug naar Breukelen. Ik heb dr zin an.

Rabobank Triathlon Breukelen, 3 mei 2014, georganiseerd door TV Breukelen
Bij het aanrijden van het parc fermee hoor ik dat ik ongeveer 40sec voorsprong heb op de nr 2. Dit bleek Aron, maar ik ging er vanuit dat dit Dirk was. Ik besluit supersnel te wisselen, zodat de nr 2 mij niet ziet. Psychologie hè! Met mn nieuwe schoenen waar ik nog geen meter op heb gelopen huppel ik het parc fermee uit. Eerst 5 km wind tegen, niet gek laten maken, gewoon rennen. Een paar keer meende ik voetstappen te horen. Dirk… maar even later zijn de voetstappen weer weg. Na het bruggetje waar Dirk me in 2010 inhaalde hoor ik weer voetstappen. Dirk… nee, toch geen Dirk. Het geluid van de voetstappen verdwijnt weer. Ik heb het me ingebeeld. Ik kijk niet achterom. Als mensen achter je, jou achterom zien kijken geef je ze vleugels, dus ik kijk nooit achterom. Bij km 4,5 kom ik Henk Nijman van een startserie eerder tegemoed. Hij roept: “Hij komt er an!” En ik denk dat ie doelt op iemand die achter me loopt, ja dat zal wel ja. Na 5 km kom ik bij het keerpunt. Ik rond het pilonnetje en denk nog: nou, ik ben benieuwd! Nu ga ik weten hoe ik er voor staat.. En draai me om en zie… niemand! De weg is leeg. Geen Dirk (die bleek gevallen), geen Aron, geen Barry, geen Niels, geen Rob, huh? Maar zo hard ging ik eigenlijk toch niet? En Henk dan, die zei… “Hij komt er an!” Nou, Henk had ik niet goed verstaan. Die zei “Pak me dan”… Ja, je hersenen kunnen je soms behoorlijk voor de gek houden, haha. Afijn, vanaf het keerpunt kan ik mijn voorsprong weer meten. Aron kom ik, volgens mij, als eerste tegen en ik weet het niet exact, maar voor mijn gevoel duurt het wel een minuut voordat ik hem na het keerpunt tegenkom. Dus twee minuten voorsprong? Hmm… wind mee, het loopt soepel, nee, dit gaat niemand meer dichtlopen. Op hoog tempo, maar zonder al te veel moeite cruise ik naar de finish. Na de finish klets ik nog wat met Barry. Ik zeg nog dat ik het gevoel heb iets van 36m30s te hebben gelopen. Blijkt bij thuiskomst 35m13s!! Dát voelde dan goed zeg!

o5 211

Samenvattend kunnen we zeggen dat ik happy en opgelucht ben en dat ik natuurlijk nog meer zin heb gekregen in Lanza. Overigens verwacht ik van Lanza niet zo veel. Ik heb dit jaar nog niet in de warmte getraind en niet in de heuvels. Dus het zou wel eens lastig kunnen worden daar. Maar we gaan het wel zien. Ik ga in ieder geval heeel rustig starten, want ik denk dat je Lanza alleen maar kan onderschatten. Hoe dan ook, de vorm is in ieder geval wel in orde.

(deze he-le mooie foto’s zijn gemaakt door Luuk Godevrooij)