«

Ironman Lanzarote

Het is toch wat. Ik had me er behoorlijk op verheugd: een wedstrijd met wind, flauwe beklimmingen, niet al te technische afdalingen, zware omstandigheden: een wedstrijd waarvan ik denk dat ik er goed uit de voeten zou moeten kunnen. Twee weken geleden nog maar leek het er in Breukelen nog op dat ik heel erg goed in vorm was, niet zozeer gezien de overwinning, maar ook gezien de tijd en de gesmeerdheid waarmee het ging. Twee weken geleden nogmaar, maar het lijkt een eeuwigheid.

Hele lichte knieklachten had ik in de week voor Breukelen. Niet iets waar ik me zorgen om maakte, ik kon er goed mee lopen en tijdens en na Breukelen had ik geen enkele reactie. Omdat ik Lanzarote dichtbij was en ik begon met taperen, ging ik er vanuit dat het wel over zou gaan. Totdat ik de laatste vrijdag voor vertrek, acht dagen voor Lanzarote, tijdens een laatste combitraining waarbij ik een uurtje moest lopen steeds meer last begon te krijgen. Ik besloot na 4km terug naar huis te wandelen om het niet verder te laten irriteren. Toen het keihard begon te plenzen en ik probeerde toch nog een stukje te rennen, merkte ik dat dat helemaal niet meer ging. Thuis onmiddelijk de ostepaat gebeld, die me al vaak uit de brand heeft geholpen. Ik kon direct langskomen. Vanaf dat moment leefde ik tussen hoop en vrees. Zou ik hier wel een marathon mee kunnen lopen? Zou het over gaan?

Zondag met Rosan naar Lanza vertrokken naar een appartement met Lanzaroteveteranen Bart K, Jan M, Corné van L en hun vrouwen. Op lanzarote trok ik voor het eerst sinds mijn Osteopaatbezoek mijn loopschoenen aan om te kijken of het beter zou gaan. Op maandag (5 dagen voor de race) liep ik 100m en toen voelde al ik dat het niet goed ging. Direct gestopt en de volgende ochtend langs de fysio/osteo van club la santa gegaan. Hij heeft mijn heup weer los gemaakt/recht gezet en verwachtte met ontekingsremmers en een pijnstiller dat ik goede kans had om de marathon door te komen.

Op dinsdag samen met Bart 140km van het parcours verkend. Het was prachtig weer, bijna windstil wat op Lanza echt een bijzonderheid is, en het was prachtig fietsen door het bijzondere sprookjesachtige landschap. Ik had geen last van de warmte. Ik kreeg er weer helemaal zin in. Wel voelde ik een lichte keelpijn opkomen. Het bleek de voorbode van een verkoudheid, iets wat ik het afgelopen half jaar niet meer was geweest. Geen paniek! We gaan gewoon racen, ik ben goed in vorm, het komt vast allemaal goed.

Op zaterdagochtend klinkt om 7u het startschot. Ik sta op de derde startrij, vlak achter de pro’s en had in overleg met Chris besloten snel te starten om uit de drukte weg te zijn en daarna een rustig groepje op te zoeken en daarin mee te zwemmen. Dat verloopt op zich goed, hoewel ik me bij de eerste slagen nog wel wat slapjes voel. De snelle start werkt goed, ik hoef nauwelijks voor mijn positie te knokken en zwem ontspannen mijn meters. Precies volgens plan. Het is een lange dag en de verhalen van de Lanzarote veteranen waarmee ik deze week heb opgetrokken hebben gezorgt dat ik respect heb gekregen voor het eiland. Na 55min klim ik uit het water. Voor een vrij rustige 3,8km valt me dat niet echt tegen. Bij het rennen over het strand naar de 1e wisselzone voel ik direct het peesje bij mijn knie weer irriteren… ik schrik er van. Crap, dit voelt niet goed. Ik besluit er niet teveel aandacht aan te besteden, wellicht dat met die pijnstiller en na het opwarmen tijdens het fietsen het allemaal heel anders voelt.

De eerste 30km fietsen voel ik me niet super. Het voelt allemaal wat stroperig. Normaliter als ik echt fit ben moet ik me bij de eerste fietskilomters inhouden om in de juiste zone te fietsen, terwijl ik dat gevoel nu niet heb. Ik fiets op de grens van zone 2-3 en wordt door enorm veel mensen voorbij gereden. Rustig blijven nu. Het is wind tegen en ik zie best veel mensen stoempen. Ik heb het parcours redelijk goed bekeken en er is mij honderd keer op het hart gedrukt dat de eerste 30km tegen de wind in al moeten stoempen een hele slechte racestrategie is. Ik blijf-geheel tegen mijn natuur in- rustig en rijdt mijn eigen tempo. Tot La Santa op km ehm 70 ofzo, wordt ik door mensen ingehaald. Maar vanaf daar ga ik me steeds beter voelen. De temperatuur gaat wat omhoog, mijn systeem begint langzaam op gang te komen en ook mijn hartslag reageert weer wat vrolijker. Het zware deel gaat beginnen: ik krijg er zin in. Op de lange beklimming richting mirador-de-weet-ik-veel-wat (+/-km 100) besluit ik in een wat steviger tempo te rijden. Hon-der-den mensen rijdt ik voorbij, nou oké, misschien waren het er 50, iig veel. Helaas komen er tijdens de afdaling weer 25 voorbij. Op de klim naar mirador-die-laatste-helemaal-in-het-noord-oosten rijdt ik ook weer harder omhoog dan naar beneden. Het laatste deel van de afdaling is gelukkig minder technisch, en daar kan ik weer veel vaart maken. Omdat ik al 40km lang ontzettend nodig moet sassen en het me maar niet lukt om dat vanaf de fiets te doen moet ik ergens bij km 120 van de fiets af. Manmanman, het kost misschien twee minuten, maar een opluchting!

Bij km 160 blijkt mijn rechter shifter los te zitten. De weg was hier en daar zo enorm slecht dat deze los was getrilt, hierdoor blijft mn achterderailleur in het grootste verzet staan. Maar geen paniek: het is vanaf km 160 alleen nog maar berg-af, dus die shifter heb ik niet meer nodig. Tot de laatste fiets-km voel ik me redelijk goed. Ik heb niet geleden, ben nog fris en ik heb het gevoel dat ik nog een hele goede marathon kan gaan lopen. Totdat ik van mijn fiets af spring en door de wissel loop… Hinkel kan ik beter zeggen. Maar ik raak nog steeds niet in paniek. Wellicht na die pijnstiller dat het beter gaat. Ik neem mn cola-tje met me medicijn, trek mn schoentjes aan en ren de wisselzone uit. Ik voel mn knie irriteren en besef dat ik zo onmogelijk een marathon kan lopen. Bij km1 kan ik eigenlijk al niet meer rennen van de pijn. Vol ongeloof blijf ik staan. Ik kijk naar mn knie die me zo plaagt, maar ik zie er helemaal niets aan. Waarom doe je het dan niet? vraag ik me af. Ik doe nog een poging om te rennen, maar het gaat niet. Hoe vaak gebeurt het niet dat je in een marathon aan het rennen bent en elke vezel in je lichaam en geest smeekt je om te gaan wandelen. Bij mij is exact het tegenovergestelde aan de gang, ik wandel, maar zou niets liever doen dan rennen. Ik voel me nog zo fit, maar het gaat gewoon niet. Bij km 1 besluit ik het voor gezien te houden en ik wandel terug naar de wisselzone. Na 500m teruggeslenterd te hebben, besluit ik toch nog eens een poging te wagen. Misschien dat de pijnstiller nog moet gaan werken. En warempel, het gaat inderdaad beter! Nou wie weet. Maar na een minuut of vijf moet ik toch weer wandelen van de pijn. Telkens ren ik een paar minuten om daarna een minuut of vijf te wandelen. Nee, dit is gekkenwerk. Ik besluit toch weer terug te wandelen.

Een week lang had ik tussen vrees en hoop geleefd. Ik had écht nog de hoop dat ik zou beginnen met rennen, en nergens last van zou hebben. Maar nu kwam echt het besef dat ik hier niet mee kon rennen. Terwijl dit beself binnendringt, beginnen ook langzaam tranen over mijn wangen te lopen, zo gebrand was ik op het lopen van een goede marathon en zo groot de teleurstelling dat ik nu wegen een sullig pijntje niet kan rennen. Al zo lang blessurevrij, in topvorm en dan pal voor de belangrijkste wedstrijd van het seizoen deze klachten. Ik heb het er moeilijk mee.

Besluiteloos loop ik nog wat heen en weer. Een britse supporter ziet mijn twijfel. Ze smeekt me bijna: “Oh, come on, don’t quit! You already made it till the run, even if you walk you can make it in time!” Ja, kloten, daar is geen speld tussen te krijgen. Maar ik sta bij km 2 en moet nog 40km afleggen. Rennend gaat dat wel, maar wandelend is dat echt een takke-eind. Toch maar weer een stukje rennen dan en laten we eerste gewoon maar eens één rondje proberen af te leggen. We moeten in totaal 3 rondjes lopen: 2x16km en dan nog 1x10km. Het zijn allemaal heen en weer rondjes: dus 8km heen naar het wisselpunt, 8km terug naar het stadion en voor het laatste rondje 5km heen en 5km terug.

Als ik op het keerpunt ben van het 1e rondje (dus na 8km half rennend en half wandelend te hebben afgelegd)blijft de pijn redelijk onder controle. Vanaf het keerpunt terug, kan ik bijna aan één stuk hardlopen. Nou, misschien dat het dan toch de goede kant op gaat. Na 15km staat Rosan langs de kant. Ik stop even om uit te leggen dat ik best veel last had, maar dat ik nu redelijk goed kan lopen en zeg dat ik ga proberen om toch ook het tweede rondje te lopen. Ze moedigt me aan en ik loop verder om de laatste km van mn eerste rondje af te maken. Maar al in het begin van het tweede rondje op km 18, merk ik dat het écht niet meer gaat. Vanaf dat moment kan ik echt niet meer rennen en ik besef dat ik voor de keuze sta: of ik wandel terug naar het stadion (2km), of ik wandel naar het wisselpunt (6km). Als ik naar het wisselpunt wandel, moet ik ook weer terug wandelen. En als ik dan terug ben, heb ik er al 32km op zitten en hoef ik nog maar 10 km. Dus als ik nu het besluit neem om naar het wisselpunt te wandelen, dan verpicht ik mezelf bijna om de race uit te wandelen… dat klinkt logisch in mijn oren, dus ik besluit om toch maar naar het wisselpunt te lopen. De gedachte dat ik na het uitvallen in Klagenfurt nu weer uit zou gaan vallen was voor mij ondragelijk. Ik wil vandaag finishen. Ik ga wandelen. Ik ben er nu toch en op zich heb ik vandaag toch geen andere dingen op de planning staan. Ik besef dat dit heel lang gaat duren. Dat besef had Rosan nog niet, omdat ze mij nog redelijk soepel en hoopvol de tweede ronde in had zien gaan. Ongerust door mijn lange wegblijven en het af-en-aan rijden van ambulances is ze mij een stuk tegemoet komen lopen. Als ik haar opeens zie wordt het me weer even teveel. “Ik kan niet meer rennen, ik kan niet meer rennen” breng ik gebroken uit. “Ah, jongen” zegt ze “het is genoeg zo, je gaat met mij mee naar huis”. “Nee, nee” zeg ik, “het is nog maar 10km wandelen, ik heb al 14 km gewandeld, ik moet het nu echt uitlopen… wil je meewandelen die laatste 10km?”. “Ja!” Zegt ze. De laatse 10km wandelen we samen en we wandelen samen ook over de finish. Daar pink ik weer de nodige traantjes weg. Tja, waar al die opgekropte emotie opeens vandaan komt is me ook een raadsel, maar in zo’n wedstrijd hè, met zoveel uur sporten, dan maakt een mens nu eenmaal emotioneel. Na een paar minuten komt het Britse meisje naar me toe, dat ongeveer 6u daarvoor me had overgehaald om door te gaan. “Well, done!” zegt ze met een big smile.

Ik ben een:

IMG_20140519_174936