«

»

4e bij NK halve triathlon in Nieuwkoop

Het eerste échte seizoensdoel. De eerste wedstrijd waarvoor ik gas terug heb genomen, omdat ik écht uitgerust aan de start wilde staan en het écht goed wilde doen. Alle wedstrijden hiervoor was spielerei. Ik voelde dan ook wel enige druk, vooral van mezelf trouwens. Ook omdat ik er veel aan gedaan heb om dit jaar beter te zijn: trainingsstage, minder werken (24u), schaven aan techniek, werken aan wat extra kracht/stabiliteit en een investering in materiaal. Ik had er daarom ook wel vertrouwen in  dat ik sneller zou zijn dan ooit, maar de vraag is: komt het er uit? En zo ja, hoeveel sneller. Top  5 was het doel. Dat zei ik van tevoren, sterker nog: ik heb dat zelfs tegen mijn baas gezegd. Maar  ik wist ook dat het startveld heel erg sterk was, dus dat ik met een ‘snellere race dan ooit’ ook  zomaar 7e of 8e zou kunnen worden. Ik besloot dat ik daarmee dan ook tevreden zou zijn, áls ik maar  significant sneller of iig beter zou zijn dan ooit. Het meten daarvan was vrij lastig, want de enige referentie was mijn enige eerdere halve triathlon tot nu toe in Didam 2010: de wedstrijd die ik mij vooral herinner als de ‘kwartier achter Bert Flier’ wedstrijd. Een wedstrijd waarin het 23 graden warmer was dan vandaag en waarbij ik tijdens het lopen -ondanks de hitte- veel zwarte sneeuw heb gezien.

Het is dus koud 11/12 graden en regen. Als ik op de stijger sta te kleumen, bedenk ik redenen om nog even niet het water in te gaan. Bij de zwemtraining heb ik dat ook altijd en dan ga ik even extra lang met mijn armen zwaaien. Ik besluit dat nu ook te doen. Ik let echter niet zo goed op als ik begin met zwaaien en mep met mijn armen zo ongeveer een vrouwlijke deelneemster van de steiger. Ik ben verbaasd over mijn kracht, maar dit is niet het moment om dat te zeggen, dus ik biedt netjes mijn verontschuldigingen aan. Gauw het water in. Ik heb uitgebreidt filmpjes van eerdere edities bekeken en geconcludeerd dat de snelle zwemmer starten bij de lijn. Ik zwem daar heen en zie Edo en Cesar liggen. Ik zoek altijd de snelste zwemmer om achter te starten, zodat ik de ruimte heb als hij eenmaal is vertrokken. Ook vandaag werkt die tactiek weer perfect. Zeker het vertrekken van de snelste deelnemer -uiteraar Edo- gaat heel erg goed. In no-time is hij uit het zicht.

Het zwemmen ging fabelachtig goed. Ik hoopte van te voren zo lang mogelijk in een groepje Beilo,  Strijk en Biggelaar in de benen mee te kunnen zwemmen en eventueel in de tweede ronde het verlies  te kunnen beperken. Binnen 50m is Edo al uit het zicht, maar daarna had ik lekker alle ruimte. Ik besloot een stevig tempo te zwemmen waarbij ik niet teveel zou slijten en dan in de benen te gaan liggen als er iemand voorbij zou komen. Maar dat ging  kennelijk hard, want daarmee zwom ik op kop (oké van de eerste groep, Edo en Rost zwommen daarvoor) Af-en-toe kwam er iemand naast mij liggen, maar die besloot dan toch weer af te zakken.  Strijk, Biggelaar, Beilo, Heestermans, Scheltinga, Nijhoving. Noem ze maar op, allemaal in mijn benen, tot 1850 m… terwijl ik mijzelf nog altijd zie als slechte/matige zwemmer. Wat niet zo’n wonder is als je 500m PR nog steeds op 6.42 staat. Daarom doe ik dus geen 500m testen meer in het zwembad. Altijd weer die teleurstelling en daarmee maak ik mijzelf onnodig ongerust, zo blijkt. Oké, ik dwaal af. Na 1850 meter -als we keren om het laatste stuk terug naar Nieuwkoop te zwemmen-  komen er mensen voorbij,  maar met wat extra beenslag kan ik gelukkig goed volgen. Als 5e uit het water! Zo hé! Dat is voor mij werkelijk fenomenaal! Waar het vandaan komt? Geen idee, misschien dat die 2u training bij TC Twente met oa Eddy Lamers (jaja, dé winnaar van de hele triathlon van Hannover 2012) en Willem –torpedo- Schreurs toch wel een hele goede impuls voor mijn zwemmen is geweest. En zwemmen in klotenweer met golfslag vind ik nu eenmaal heel gaaf, terwijl de rest zich misschien loopt te irriteren, ik weet het ook niet en uiteraard zal de oorzaak me ook een zorg zijn, het was gewoon goed!

Helaas ging ik in deze euforische stemming na het zwemmen bij mijn tocht naar het PF hard op mijn bek toen ik over de tijdwaarnemingsmatten kwam. Gat in mijn wetsuit en een schaafwond op mijn knie. Ook bleek achteraf het vel tussen mijn 2e en 3e teen opgegescheurd. Maargoed, dat is de fysieke schade: mijn schade in de wedstrijd was dat mijn zwemgroepje al op de fiets zat en een gaatje had. Gelukkig is mijn fietsen momenteel van Armstrong-achtig nivo. Ik fiets het alleen op 12 km wat Armstrong in een halve IM rijdt. Maar na een paar km haal ik Biggelaar in en een paar km later Beilo en nog iets later nader ik Scheltinga. Vanaf dat moment weet ik het even niet meer. Ik informeer hoe we in de wedstrijd liggen: ik hoor dat vd Meer en Strijk vooruit zijn en neem aan (onterecht) dat ze samen fietsen. Ook vang iets op van een voorsprong van vijf min. Vanaf dat moment hink ik continu op twee gedachten: eigen hoog tempo gaan fietsen (was eigenlijk de opdracht van Chis Brands) of in de luwte van het groepje blijven. De wind staat namelijk op het hele rondje tegen… als ik vervolgens ook nog een bidon water verlies en daarom geen gelletjes meer kan eten  (heb er nu 4 gegeten tijdens het fietsen (het plan was 6 à 7)), besluit ik om maar energiezuinig in  het groepje te blijven fietsen in de hoop een hongerklop te vermijden. De jury is streng maar rechtvaardig en geeft mij (onterecht natuurlijk 🙂 ) een stop en go. Ik fiets direct het gaatje weer dicht en zit weer in het groepje. Op 70 km krijg ik nog een stop en go (ook onterecht natuurlijk 🙂 ). Dit keer krijg ik een hele preek, ik heb de nijging in discussie te gaan, besef dat het geen zin heeft en mag na een woordenwisseling gelukkig zonder DQ weer fietsen. Ik heb het geklokt: 38 seconden tijdverlies. Uit frustratie fiets ik de laatste 10 km hard door.

Ik zie in de verte langzaam Beilo weer opdoemen -die volledig afwezig op zijn fiets lijkt te zitten- en tot mijn eigen stomste verbazing hoor ik bij het inrijden van de wisselzone dat we strijden om de 3e plek. Ben dus na mijn stop en go weer naar het groepje Nijhoving/Rost toegefietst. (Scheltinga is dan met lekke band uigevallen). We wisselen -zoiets riep de speaker- met z’n zessen tegelijk. Ik wil direct zoveel mogelijk mensen de hoop ontnemen om voor mij te finishen en ben vast van plan om snel te starten. Ik besef alleen dat ik te weinig heb gegeten, dus neem mijzelf voor om bij de verzorgingspost even gas terug te nemen om te zorgen dat ik mijn gelletjes goed kan wegspoelen en mijn lichaam een beetje ruimte te geven de voeding op te nemen om hongerklop te voorkomen. Maar ik voel nog geen flauwte, dus neem een gokje door de eerste post over te slaan en vol door te lopen tot het 2,5km punt waar nog een post staat. Daar neem ik mijn eerste gelletje. Die taktiek werkt denk ik: heel even loopt iemand achter mij, maar ik hoor dat hij dat niet lang vol gaat houden en dat klopt ook. Het lopen gaat heel erg lekker. Ik voel me heel erg fris, maar dat is geen wonder bij deze temperaturen. De gelletjes vallen goed, ik krijg geen honger. Krijg wel enorme last van mijn voeten. Dat is eigenlijk het grootste probleem. Na 12,5 km komt Wijnalda voorbij. (Dus niet in de laatste ronde zoals hier-en-daar wordt geschreven en wat het natuurlijk wel ‘mooier’ had gemaakt). Ik ben gewend dat Wijnalda veel harder loopt (in Horst 4min sneller over 15 km), dus het komt niet eens in mij op om achter hem aan te gaan. Als hij 100m te pakken heeft merk ik dat zijn tempo weer zakt. De laatste 7,5 km zie ik hem heel heel langzaam weglopen. De rakkert heeft even aangezet toen hij mij voorbij kwam, maar loopt nog nauwelijks sneller. Maarja… ik kan ook niet meer harder, haha. Frusterend is dat… heel  langzaam zie je het podium weglopen en ondertussen denk je alleen maar: ‘wow, ik was toch wel dichtbij’. Als ik over de finish kom ben ik vooral tevreden.

Er overkomt mij het weer het eea, maar ik eindig ver voorin bij een sterk bezette wedstrijd: ik haal dus een hoog nivo (voor mijn doen dan hé) waar ik op hoopte en ik heb een flink stap gezet tov 2010 en 2011. Dus ja, we zijn op de goede weg. Een van de grootste problemen was misschien wel de informatievoorziening. Ik wist gewoon niet wat ik moest doen op de fiets. In dit geval: ik wist niet waar Wijnalda zat..  ik dacht dat hij in ons groepje fietste, maar die fietste nog op achterstand. Dus nu achteraf nijg ik naar de gedachte dat ik meer energie in het fietsen had moeten steken. Maar je weet het niet… misschien had ik dan wel als een krant gelopen.  Achja, maakt het uit? Komen nog wedstrijden genoeg en dan zijn er weer keuzes genoeg en dan is er weer stof genoeg om over na te denken.. heb hier al wel weer een nachtje van wakker gelegen in ieder geval.

Ohja, altijd leuk als je teletekst haalt in een hele leuke top 6:

Kijk voor de volledige uitslagen hier: uitslag2012.pdf

Zelfs RTV Oost neemt heel snel de moeite een nieuwsberichtje te tikken en daar ook nog een foto bij uit te zoeken. Is hier te zien. Geinig!

2 reacties

  1. john roring

    Mooi verhaal jan-Roelf.

    het is altijd leuk om zulke wedstrijden uit eerste hand te lezen. Dat je tijdens de wedstrijd nog van die dingen bewust bent om daarna een blok te kunen schrijven vind ik fantastisch. Ga zo door en het podium zal snel volgen.

  2. admin

    Hey John, dankje. Ja alleen ik herinner me wel vaak dingen anders dan andere direct betrokkenen. Haha, en overal waar herinneringen wat troebel zijn, vul ik het in zoals het mij past.

Reacties zijn uitgeschakeld.